Een glasvezel is een dunne, zachte, vaste glasachtige substantie die bestaat uit drie delen: de vezelkern, de mantel en de coating, en kan worden gebruikt als middel om licht over te brengen.
1. Vezelkern: Deze bevindt zich in het midden van de vezel en bestaat uit zeer zuiver siliciumdioxide of glas.
2. Bekleding: Deze bevindt zich rond de kern en is eveneens samengesteld uit zeer zuiver siliciumdioxide of glas. De bekleding zorgt voor een reflecterend oppervlak en lichtisolatie, waardoor lichtdoorlatendheid wordt beperkt. Daarnaast speelt de bekleding een rol in de mechanische bescherming.
3. Coating: De buitenste laag van een optische vezel, bestaande uit acrylaat, siliconenrubber en nylon. De coating beschermt de optische vezel tegen erosie door waterdamp en mechanische slijtage.
Bij onderhoudswerkzaamheden komen we vaak situaties tegen waarbij glasvezels onderbroken raken. In dat geval kunnen glasvezellasapparaten worden gebruikt om de glasvezels opnieuw te verbinden.
Het principe van de fusielasmachine is dat deze de kernen van de optische vezels correct moet lokaliseren en nauwkeurig moet uitlijnen, waarna de optische vezels worden gesmolten door middel van een hoogspanningsontladingsboog tussen de elektroden en vervolgens naar voren worden geduwd voor het fusieproces.
Bij normale glasvezelverbindingen moet het verbindingspunt glad en netjes zijn met weinig verlies:
Daarnaast kunnen de volgende 4 situaties een groot verlies veroorzaken op het vezellaspunt. Hier moet tijdens het lassen rekening mee worden gehouden:
Inconsistente kerngrootte aan beide uiteinden
Luchtspleet aan beide uiteinden van de kern
Het midden van de vezelkern is aan beide uiteinden niet uitgelijnd.
De hoeken van de vezelkern aan beide uiteinden zijn niet goed uitgelijnd.
Geplaatst op: 13 maart 2023